Geschiedenis van de Ragdoll

De Ragdoll is een hybride, dat wil zeggen, dat het geen oorspronkelijk kattenras is, zoals de Noorse Boskat, maar door kruisingen met verschillende rassen tot stand gekomen is.
Het verhaal over het ontstaan van dit prachtige kattenras is als volgt: een witte rasloze poes werd aangereden en was ernstig gewond. Ann Baker ontfermde zich over het dier, dat wonder boven wonder geheel herstelde en zelfs een nestje kittens kreeg. Ann merkte dat deze kittens bijzonder mooi en lief waren. Ze hadden een zijdezachte halflange vacht en als ze de kittens oppakte ontspanden ze zich en lagen slap in haar armen. Ze had dus al gelijk een naam voor het nieuw te fokken ras bedacht: Ragdoll, het Engelse woord voor "lappenpop".
Door te kruisen met (waarschijnlijk) Heilige Birmanen, Burmezen, Perzen en ook huiskatten heeft ze het ragdollras ontwikkeld.
In 1965 werd in Amerika de Ragdoll officieel als ras erkend. In 1983 werd het ras in Groot Brittanië erkend. Rond 1990 kwamen de eerste Ragdolls naar Nederland en in 1991 werd het ras door de Fife, het overkoepelende orgaan van de Europese raskattenverenigingen, erkend.

..............................

Linksboven Josephine met haar eerste nestje en rechtboven Ann Baker met Fugianna, de eerste Ragdoll bi-colour.

De Ragdoll is een grote, gespierde kat. Katers wegen tussen de 6 en 9 kilo, de poezen 4 tot 7 kilo. Het duurt drie tot vier jaar eer ze uitgegroeid zijn en de vacht helemaal op kleur is. De Ragdoll heeft een rustig en vriendelijk karakter en kan als binnenkat gehouden worden. Hij kan goed overweg met andere huisdieren en ook voor kinderen is hij erg lief. Helaas kunnen ze niet alleen naar buiten. Doordat ze zo vriendelijk zijn en zoveel vertrouwen in de mens hebben lopen ze gauw met vreemden mee. Ook gevaar zien ze niet, waardoor de kans bestaat, dat ze onder een auto lopen.
Er bestaan veel fabeltjes over de Ragdoll, bijvoorbeeld, dat hij geen pijn zou voelen. Hij voelt wel degelijk pijn. Ook wordt gezegd, dat hij geen muizen of vogeltjes vangt. Niets is minder waar. Het jagersinstinct is echt niet verdwenen.

De eerste Ragdolls waren zwart, wit of zwart/wit en bestaan nu nog. Ze worden solids of non-pointed genoemd en zijn er nu in alle kleuren, die de pointeds ook hebben.
Uiteindelijk zijn er drie vachtpatronen tot stand gekomen: de mitted, de colour point, en de bi-colour.

De mitted (foto links) heeft witte voetjes (mitted=gehandschoend), witte achterpoten (laarsjes) en de kraag, de kin en de buik zijn ook wit. Het masker, en de verdere points: de oren, de voorpoten, een gedeelte van de achterpoten en de staart zijn gekleurd. De voetkussentjes zijn rose.

 

 

Mitzi van het Duivelshofje, blue mitted poes


Bij de colour point (foto links) zijn het masker en de points gekleurd. Het lichaam is iets lichter gekleurd dan de points en het masker. Er mag nergens wit in de vacht voorkomen.

 

 


Adonis van het Duivelshofje, blue colour point kater


 De bi-colour (foto rechts), te herkennen aan de omgekeerde "V" op het voorhoofd, heeft witte
benen, voeten, kraag en buik. Er mogen geen vlekken in het wit van de vacht voorkomen,
de oren mogen ook geen vlekken vertonen.

 

 

BW Babydolls Little Demon Seal Bi-colour kater
Eig. Fam Balemans, cattery "Rosevalleyrags"
voorheen "Het Duivelshofje"



Binnen deze drie vachtpatronen kan ook nog het lynx-of tabbypatroon voorkomen (foto rechts).
De strepen (tabby=gestreept) kan ook samengaan met het vachtpatroon van de mitted, de pointed en de bi-colour.

 

.

Cleopatra van het Duivelshofje Seal Lynx Point poes
Eig. Fam. Balemans, cattery "Rosevalleyrags"
voorheen "Het Duivelshofje"


Dan is er nog het tortie patroon (foto links). De tortie (=schildpad) heeft gekleurde vlekken over het lichaam en kan ook samengaan met het vachtpatroon van de mitted, de colour-point en de bi-colour. De tortie-point draagt het geel of rood-gen, waardoor in de vacht geel/rood te zien is en de driekleur ontstaat. Alleen poezen hebben deze aftekening.. Er wordt wel eens een tortie kater geboren, maar dat is een grote uitzondering.

 


Van Zeewolde Doris, seal tortie point poes


De kleuren van de vachtpatronen zijn seal point (donkerbruin), blue point (grijs/blauw), lilac point (lila/rose), chocolate point (melkchocoladekleur), red point (rood/rossig), cream point (ook rood/rossig, maar iets lichter dan red).
Ragdolls hebben altijd blauwe ogen. De vorm van de ogen moet ovaal zijn, net niet amandelvormig en absoluut niet rond. De kittens worden spierwit geboren, als ze ongeveer veertien dagen oud zijn begint de vacht te kleuren.
De vacht van de Ragdoll vergt weinig onderhoud. Een keer in de week, tijdens de ruiperiode wat vaker, een goede kam-en borstelbeurt om klitten te voorkomen is voldoende. In bad doen is niet nodig. Als de vacht vuil is geworden kan deze met talkpoeder worden schoongemaakt. De talkpoeder er goed inwrijven, daarna goed uitborstelen en hij is weer schoon.